Coronavirus en opvang bij Doomijn. Meer informatie >

Hutspot

Heel veel dingen kun je leren, kun je oefenen of kun je beter in worden. Soms moet je je er ook gewoon bij neerleggen dat je iets niet kunt of dat je er gewoonweg niet voor in de wieg gelegd bent. Dat heb ik, ik kan namelijk niet koken. Ik kook de groenten te lang, de aardappels te kort of ik kook combi’s die totaal niet te nassen zijn. Wanneer ik weer eens enorm mijn best heb gedaan en zelf de overtuiging heb dat het bést oké gelukt is, kijk ik bij de eerste hap die mijn man neemt, vanuit mijn ooghoek stiekem mee. Altijd weer die zure blik. Jammer…

Nu, in quarantainetijd, merk ik dat koken nog meer een uitdaging is geworden. Tegen een uur of half vijf begint bij het hele gezin de vermoeidheid drastisch toe te slaan. Ieders suikerspiegel daalt, wat zorg voor een korter lontje. Ook bij mij. Er ontstaat een soort wattig gevoel in mijn hoofd, waardoor ik niet goed meer kan bedenken: ‘wat gaan we eten?’ Ik kijk in mijn koelkast en verschillende combinaties passeren de revue. Dit keer wordt het hutspot. Ik schil de aardappels en mijn peuterpuber ‘schilt’ mee. Dit gaat goed. We tellen samen de aardappels, wassen ze, snijden ze doormidden en zetten ze op het vuur. Nog pedagogisch bezig ook!

“Ieders suikerspiegel daalt, wat zorg voor een korter lontje.”
Thuisblijfmoeder

Ik kook bij de aardappels een bouillonblokje mee voor de smaak (wat ik erg culinair bedacht vind van mezelf). Van menig familielid heb ik de tip gekregen om bij het koken van aardappels geduld te hebben en niet zonder te prikken of de testen die dingen af te gieten. Dus ook nu houd ik het kookproces nauwlettend in de gaten. Ondertussen poets ik hier en daar de keuken, geef ik de kinderen wat aandacht en dek de tafel. Na een poosje voeg ik de wortels en uien toe en laat het nog even samen doorkoken. Ondertussen wassen de kindjes hun handen, gaat de baby in de kinderstoel en zorg ik dat iedereen aan tafel zit. Ik vind het altijd een uitdaging dat alles ook op tafel blijft staan en niet direct door de kamer vliegt.

"Ik vind het altijd een uitdaging dat alles ook op tafel blijft staan en niet direct door de kamer vliegt."
Thuisblijfmoeder

Ik giet de hutspot af en begin te stampen. Wat eerst op stampen leek, verandert al snel in soppen. Verbaasd kijk ik in mijn pan: wat is hier nu weer aan de hand? Ik stamp nog even door en er ontstaat een soort van geleiachtige substantie. Heb ik teveel kookvocht in de pan gelaten? VAST JA! Ik sop nog even door met mijn stamper, maar het is niet te redden. Ik besluit te doen alsof mijn neus bloedt en dit heerlijke goedje toch aan mijn kinderen te presenteren inclusief een heerlijk stuk worst (waar ze ongeveer álles voor eten, dus dit vast ook). Mijn peuter schrokt het naar binnen alsof hij jaren niets gehad heeft, top! Mijn kleuter kijkt mij bij de eerste hap zuur aan (net als zijn vader altijd doet). ‘Is er iets?’, vraag ik. ‘Het is nat’, krijg ik als antwoord. Ik bedenk mezelf wat ik nu ga antwoorden, en besluit maar gewoon eerlijk te zijn. Ik leg uit wat er mis is gegaan en dat het inderdaad niet echt lekker is. We spreken af om allebei de helft van ons bord leeg te eten en daarna een extra lekker toetje te maken. Wat een feest! Mama kan niet koken…

Dan dus maar extra vaak een bonustoetje als schrale troost. Ook dat is opvoeden toch? Toegeven aan je kinderen dat je als ouders ook niet perfect bent, fouten maakt en dingen soms gewoon niet zo goed kunt.

Terug naar het overzicht